Tokofobie

Tokofobie betekent “vrees voor de bevalling” en kan gezien worden als een psychische
stoornis. In het Grieks betekent tokos “geboorte” en phobos betekent “vrees”. Tokofobie
kan zich o.a. manifesteren in nachtmerries over de geboorte, zich niet kunnen concentreren
tijdens het werk of het niet kunnen functioneren in het dagelijks leven. Het kan leiden tot
paniekaanvallen en verschillende lichamelijke klachten. Tokofobie wordt in verband
gebracht met depressie en posttraumatische stress stoornissen. Wereldwijd lijdt 6-­10% van
de vrouwen aan tokofobie.

In 2004 publiceerden Hofberg en Ward een review in de Clinical Obstetrics and Gynaecology
over o.a. vrees voor de bevalling ofwel tokofobie. Het doel van het review is de
complexiteit van dit fenomeen weer te geven. Vrees voor de bevalling kan gepaard gaan met
eetstoornissen, depressies, pathologische vrees in het algemeen, en met vermijding van een
natuurlijke bevalling. In het begin van dit review omschrijven de auteurs in het kort de
negatieve consequenties van o.a. depressie in zwangerschap en kraambed, manifestatie van
de eetstoornissen (anorexia nervosa, bulimia nervosa) tijdens de reproductieve leeftijd,
seksueel misbruik in verleden, abortus provocatus in anamnese, of een homoseksuele
zwangerschap, op de mentale weerbaarheid tijdens perinatale periode. In het vervolg wordt
de pathologische vrees voor de geboorte – tokophobia en het vermijden van een natuurlijke
bevalling beschreven.

Prevalentie van de vrees voor de geboorte.
Wereldwijd vermelden ongeveer 20% van zwangere vrouwen vrees voor de bevalling en
6% omschrijft deze vrees als handicap. Vrees voor de geboorte is meer intens bij vrouwen,
die voor het eerst kind krijgen. Sommige vrouwen met angst om te overlijden tijdens de
geboorte van hun kind vermijden helemaal om zwanger te worden. Eenmaal zwanger
kunnen deze vrouwen angst voor baringspijn, voor een kunstverlossing of een spoed-­‐
keizersnede, of voor hulpverleners ontwikkelen. Voor sommigen is een zwaar gehandicapt
kind de grootse vrees. Tokofobie treft vrouwen in alle leeftijd categorieën waarin de
zwangerschap mogelijk is.

Studies naar behandeling van vrees voor de geboorte.
De eerste studies met het doel om vrees voor de geboorte te reduceren stammen uit 1920.
De psychoprofilaxe als een behandel methode van tokofobie is al in 1950 een onderwerp
van studie geweest. In 1990 zijn positieve effecten van hypnose op tokofobie
gerapporteerd. De zwangerschapscursussen gebaseerd op de psychoprofilaxe uit jaren 1980
bleken echter geen significante verschillen te laten zien in obstetrische uitkomsten. De
psychologische uitkomsten zijn in dat onderzoek niet gemeten. Ryding, een Zweedse
gynaecoloog en psychotherapeut, onderzocht het effect van een korte termijn
psychotherapie ten opzichte van counseling bij vrouwen, die om een keizersnede zonder
medische indicatie verzochten. De helft van de vrouwen in de psychotherapie groep kozen
uiteindelijk voor een vaginale baring. Sjörgen onderzocht 72 zwangere vrouwen met een
intense vrees voor de geboorte, die een psychotherapie en extra obstetrische zorg kregen. In
deze groep kozen maar een paar vouwen voor een vaginale bevalling, hoewel de satisfactie
met de geboorte significant hoger was in de groep met psychotherapie. Saisto
randomiseerde zwangere vrouwen met tokofobie voor het ontvangen van psychotherapie
of standaard zorg. En hoewel er geen significant verschil in de verzoeken om keizersneden
zonder indicatie werd gevonden, rapporteerden minder vrouwen angst voor baringspijn en
hadden meer van hun een kortere ontsluitingsfase.

Classificatie van tokofobie.
Tokofobie kan geclassificeerd worden in primaire en secundaire tokofobie. Primaire
tokofobie komt voor bij vrouwen, die voor het eerst kind gaan baren. Secundaire
tokofobie komt voor bij vrouwen met een traumatische bevallingservaring en/of bij
vrouwen met depressie in de zwangerschap.

Primaire tokofobie.
Wanneer de vrees voor de geboorte nog voor de conceptie ontstaat dan spreekt men van
een primaire tokofobie. Deze vrees kan al in de jeugd of vroege volwassenheid ontstaan.
Het niet willen zwanger worden is een manier om de bevalling te vermijden. In extreme
gevallen van tokofobie ondergaan eenmaal zwangere vrouwen abortus provocatus.
Andere vrouwen vragen met klem om een keizersnede voor dat ze besluiten om zwanger te
worden. Een aantal vrouwen kan de vrees niet onder controle krijgen en besluit om
kinderloos te zijn of overwegen een adoptie. Veel van deze vrouwen schamen zich voor hun
onvermogen en in de menopausale leeftijd kampen deze vrouwen met het niet vervulde
verlangen naar een kind.

De etiologie van tokofobie is multifactorieel. De auteurs van het review stellen een sociale,
psychologische en psychodynamische verklaring voor.

De sociale verklaring voor het fenomeen wordt gezocht in het gedrag van nieuwe moeders,
die vaak de ervaringen van hun bevallingen aan elkaar vertellen. Al van kinds af aan horen
meisjes bevallingverhalen van hun moeders. Auteurs noemen dat een “keuken cultuur”. In
het geval van traumatische bevallingen vertellen moeders horror verhalen. Vrouwen zijn in
staat nog 20 jaar later deze verhalen met alle details te reproduceren. Dat kan betekenen
dat de adaptatie tot reproductiviteit bepaald is door die van de eigen moeder en dat er kan
sprake zijn van een psychologische erfelijkheid. Zulk gedrag bij meisjes kan versterkt worden
in situaties waar hun ouders ook negatief tegenover seksualiteit staan.

Trauma en misbruik in het verleden worden als mogelijke verklaringen voor psychologische
oorzakelijkheid van tokofobie gegeven. Ongeveer 12% van de vrouwen zegt seksueel
misbruikt te zijn voor hun 16de levensjaar. Deze vrouwen hebben aversie voor
gynaecologische onderzoeken zoals het nemen van een uitstrijkje of vaginale touches tijdens
perinatale zorg. Bevallingstrauma of zelfs de gedachte aan de bevalling kunnen stressvolle
herinneringen oproepen, wat kan leiden tot het vermijden van de geboorte, zelfs bij een
kinderwens.

Psychodynamische theorieën suggereren dat vreemde ideeën in relatie staan met de
zwangerschap, geboorte en moederschap. Het idee om te bevallen van een monster lijkt
wijdverspreid. Deze vrees uit zich in termen van een zwaar misvormd kind. Hoewel, het
gevoel om te moeten bevallen van deze psychologische monster geeft meer lijden.
Depressie kan zich samen met tocofobie presenteren. De ziekelijke vrees voor de geboorte
kan in sterk contrast met de overtuigingen van deze vrouwen over zwangerschap en
depressie staan.

Secundaire tokofobie.
Sommige vrouwen ontwikkelen vrees voor de bevalling nadat ze een kind hebben gebaard.
Meestal gebeurt het na een gecompliceerde bevalling, hoewel het kan ook voorkomen bij
een ongecompliceerde geboorte, een misskraam, een doodgeboorte of na het beëindigen
van een zwangerschap. De vrees kan zich manifesteren als een wens voor een keizersnede
zonder medische indicatie, of als het vermijden van zwangerschap of aankomende bevalling.
Uit onderzoek blijkt dat vrouwen met een spontane miskraam, langere tijd tussen de
zwangerschappen, langere uitdrijvingsfase tijdens bevalling, een instrumentele bevalling of
een spoed-­‐keizersnede in verleden vaker een keizersnede verzoeken wegens vrees voor de
aankomende bevalling.

Het posttraumatische stress syndroom wordt steeds vaker gezien als een gevolg van een
secundaire tokofobie en dit wordt in verband gebracht met pathologische vrees en
vermijding van zwangerschappen in de toekomst. Men spreekt over de nachtmerrie van het
krijgen van een kind wat een aanstaande moeder extreme stress kan bezorgen. Er wordt
gesuggereerd dat de nasleep van een zwangerschapstrauma wordt geïntensiveerd in de
volgende zwangerschappen. Deze getraumatiseerde vrouwen zullen een geboorte
vermijden. Sommigen van hun lijden zo intens aan de nachtmerries over de bevalling dat ze
zelfs het slapen vermijden. Het is belangrijk om te weten dat het posttraumatische stress
syndroom zich zelfs kan openbaren na een in de ogen van de hulpverlener relatief
voorspoedige bevalling. In extreme en tragische gevallen beëindigen vrouwen hun
zwangerschap ondanks een grote kinderwens omdat ze niet in staat zijn om te gaan met
deze stressvolle situatie.

Verzoeken om een keizersneden en tokofobie.
Verzoeken om een keizersnede staan in relatie met tokofobie. In de Westerse culturen
hebben vrouwen het recht om actief deel te nemen in de besluitvorming over hun bevalling.
Dat wordt controversieel zodra het om keizersneden gaat omdat een keizersnede zonder
medische indicatie niet zonder risico’s voor moeder en kind is.
Ongeveer 20% van Britse vrouwen verzoekt om een keizersnede zonder medische indicatie.
De meeste gynaecologen propageren een vaginale bevalling maar tegelijkertijd worden deze
verzoeken wel geaccepteerd. Uiteindelijk wordt 5% van de eerste en 12% van de herhaalde
keizersneden zonder medische indicaties op verzoek van de vrouw zelf verricht. De volledige
toename van de keizersneden kan hier door verklaard worden. Wereldwijd variëren de
maternale verzoeken om een keizersneden zonder medische indicatie tussen 1.5% en 28%
van alle keizersneden. Hoewel alleen in 5% tot 48% van de gevallen de wens voor deze
interventie wordt gerapporteerd. Vrouwen verzoeken om keizersneden omdat ze vaak voor
hun veiligheid en die van hun kinderen vrezen. Toch is de echte reden voor het toename van
deze verzoeken nog steeds onbekend.

Conclusie
De auteurs van dit review concluderen dat ondanks dat het bekend is dat de psychologische
morbiditeit vaak in de reproductieve periode van vrouwen voorkomt,
zwangerschapsgelegateerde depressie, posttraumatische stress syndroom of tokophobia
nog steeds ongediagnosticeerde kunnen voortbestaan. De angst voor de bevalling kan zich in
de vorm van de vraag alleen naar een keizersnede zonder obstetrische indicaties
presenteren. Er worden een aantal aanbevelingen gedaan zoals: expliciet vragen naar
psychiatrische voorgeschiedenis, consulteren van psychiater of psycholoog bij zwangere
vrouwen met een psychiatrische voorgeschiedenis. Men moet bedachtzaam zijn op een
herhalingsrisico van deze aandoeningen na de bevalling. Het verzoek van vrouwen voor een
keizersnede zonder obstetrische indicaties mag niet gehonoreerd worden zonder
voorafgaande counseling over deze interventie en consultatie van een psychotherapeut zou
aanbevolen moeten worden. De auteurs roepen gynaecologen en psychiaters op tot
samenwerking in de verbetering van de gezondheid van deze vrouwen en hun families.


Irena Veringa, verloskundige
Hofberg K, Ward M. Fear of Childbirth, Tocophobia, and Mental Health in Mothers: The
Obstetric-­‐Psychiatric Interface. Clin Obst & Gyneco. 2004;47(3):527-­‐534.

Lees hier het hele artikel

< terug naar "Informatie"